Het basis communicatiemodel:

De zender kan worden gezien als degene die de verbale of non-verbale communicatie start.

De zender en ontvanger wisselen elkaar af binnen dit proces.

De boodschap die verzonden word bestaat uit meerdere aspecten. Het inhoudsaspect (Watzlawick, 2011) en het zakelijke aspect (Schulz von Thun, 2010) worden gezien als daadwerkelijke boodschap. Oomkes (2017) zegt hierover dat er nooit een boodschap is omdat elke boodschap twee lagen heeft; een inhoudelijke laag en een rationele laag. Hiermee wordt de daadwerkelijke boodschap en de manier hoe deze begrepen moet worden bedoelt.

Het medium is het middel voor het geven van informatie, zoals krant, tv, radio, chat of app.

Met ontvanger wordt aangegeven dat dit diegene is die de boodschap ontvangt.

De ontvanger en zender wisselen van rol binnen het communicatie proces.

Dit proces wordt constant beïnvloed door interpretaties van zender en ontvanger. Ervaringen van zender en ontvanger bepalen de bril waardoor gekeken wordt. Het referentiekader is daarom van grote invloed op de communicatie. Dit zorg ervoor dat iemand de boodschap op een bepaalde manier ontvangt en heeft direct te maken met de boodschap die terug wordt gezonden.

Deze invloeden hebben ook te maken met onze zintuigen. Al onze zintuigen worden gebruikt bij het overleven. Dit is de primaire taak van onze zintuigen. Bij communiceren worden de zintuigen ook gebruikt. Dit kan bewust of onbewust plaatsvinden of ingezet worden door zowel zender als ontvanger. De reclamewereld heeft dit tot een kunst verheven. Een paar kleine voorbeelden;

  • Als iemand iets ziet wat hem bevalt zal de communicatie positiever verlopen.
  • Nog voor er gesproken is maken mensen al een keuze of ze iemand leuk vinden of niet.

Het horen van muziek in een chic restaurant draagt bij aan een prettige sfeer en een leuke avond.

In een winkel waar kleding wordt verkocht voor kinderen is het handig andere muziek te draaien. Stemgebruik door snelheid en toonhoogte zegt iets over de zender en de boodschap. Bij sommige stemmen hoor je de emotie en breekbaarheid.

Omdat geursensatie direct verbonden is met de emotionele centra in de hersenen (limbisch systeem) is het plezier heel direct. Geur stimuleert het intuïtieve overleven of directe genieten. Bij een openhuizen dag kan de geur van een versgebakken appeltaart de huiselijke sfeer bevorderen en bijdragen aan de verkoop.

Het gevoel speelt altijd een rol. Zinnen als “ik heb een onderbuikgevoel” zijn er niet voor niets. Gevoel heeft invloed op de manier van communiceren. Wanneer er een goed gevoel wordt ervaren zal dit een positief effect hebben op de communicatie. Kijk naar een verliefd stel en er zal duidelijk worden uitgestraald wat hun gevoel is. Negatieve gevoelens zullen daarbij ook negatief worden uitgezonden.

Onder communicatie verstaan we gedrag, verbaal en non-verbaal. De interpretatie en vele processen die komen kijken bij communicatie hebben allemaal verschillende aspecten. Wat er plaats vindt bij een zender en ontvanger kan verschillen van wat de zender bedoelt te vertellen.

De ontvanger kan iets verkeerd interpreteren en de communicatie kan snel veranderen.

Het relationele aspect herken ik als geen ander. Binnen mijn familie is dit een reden waardoor er vaak miscommunicatie ontstaat. Vrienden, familie of andere bekende mensen brengen weer een ander relationeel aspect met zich mee dan een onbekende. Bij een bekende kan soms verder gegaan worden met eerder gevoerde gesprekken of gebeurtenissen die gevoelens en emotionele zaken los maken. “Alle gedrag, verbaal en non-verbaal, in de aanwezigheid van anderen waarvan we ons bewust zijn, is communicatie. Zelfs als we niet willen communiceren, communiceren we dat.” Oomkes (2017).

Er is veel over geschreven en het is een groot en belangrijk onderwerp. In de literatuur en de communicatiemodellen komt het inhoudelijke aspect en het relationele aspect nagenoeg altijd terug. Het inhoudelijke kan gezien worden als de letterlijk betekenis. “Het relationele aspect bevat zaken als, hoe de boodschap ontvangen moet worden (a), hoe de zender zichzelf ziet (b), hoe hij de relatie (c) en de ontvanger (d) ziet en hoe hij wil dat de ontvanger reageert (e)”Oomkes (2017).

Uit dit kleine voorbeeld is te zien hoe gecompliceerd een boodschap kan zijn. Als zender en ontvanger beide een boodschap zenden en ontvangen kan er binnen korte tijd van alles langs elkaar gaan in de communicatie. De non-verbale signalen zijn misschien nog wel belangrijker dan het verbale gedeelte. Non-verbale signalen worden vaak onbewust verzonden en ontvangen. Het gevoel dat er iets niet klopt binnen een gesprek kan het effect zijn van een houding die niet congruent is met de verbale boodschap.

De vijf stellingen over communicatie van Paul Watzlawick:

In mijn zoektocht naar Watzlawick en zijn basisbegrippen over communicatie stuitte ik vaak op het woord Axioma. Ik was onbekend met dit woord, hierdoor ben ik opzoek gegaan naar de betekenis. Een axioma is een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde bewering. De psycholoog Paul Watzlawick, die bekend staat als een van ’s werelds meest vooraanstaande communicatiewetenschappers is vooral bekend door de door hem opgestelde vijf communicatieaxioma’s. Hij geeft hierin aan;

Axioma 1: Het is onmogelijk om niet te communiceren.
Alles wat we doen is communicatie. Oomkes (2017) zegt hierover “Alle gedrag, verbaal en non-verbaal, in de aanwezigheid van anderen waarvan we ons bewust zijn, is communicatie”. Het is daarbij niet mogelijk om niet te communiceren. We zenden dus altijd iets uit. Als mensen spreken of hun mond houden is er altijd een boodschap. Ieder gedrag is een vorm van communicatie. “Zelfs als we niet willen communiceren, communiceren we dat.” Oomkes (2017).

Watzlawick maakt onderscheid in twee soorten taal;

Digitale taal: Hij geeft aan dat digitale taal voldoet aan gesproken en geschreven taal. Ook gebaren waarover regels zijn opgesteld en waarvan iedereen op de hoogte is betreft digitale taal. Hierdoor wordt er gezegd dat digitale taal een geschiedenis heeft. Digitale taal is overeengekomen, dit wil zeggen dat het gelijkenis vertoont en overeenstemmend kan zijn.

Analoge taal: De tweede is vooral in het hier en nu. Het betreft non-verbale communicatie en is verschillend in andere groepen. Deze wisselt voortdurend als de groep waarmee gecommuniceerd wordt anders is. Ook is de analoge taal onvoorspelbaar in tegenstelling tot de digitale taal.

Axioma 2: Iedere communicatie bezit een inhouds- en betrekkingsaspect.

De interactie van een gesprek, het inhouds- en betrekkingsaspect hebben allemaal invloed op de communicatie tussen mensen.

Het inhoudsaspect heb ik zelf eerder geleerd als het zakelijke aspect. Het zakelijke aspect herkende ik als de boodschap in woorden. Deze axioma gaat uit van de letterlijke boodschap waarmee het inhoudsaspect wordt omschreven.

Het betrekkingsaspect gaat over de relatie met de ander. Een voorbeeld hiervan is een moeder dochter relatie of die van een grootvader en kleinzoon.

Axioma 3: De aard van een betrekking is afhankelijk van de interpunctie van de interacties tussen de communicerende personen.

Interpunctie is het interpreteren van interacties in termen van oorzaak en gevolg. Een interpretatie is een persoonlijk beredeneerd oordeel over de betekenis van een waarneming. Een omstandigheid die maakt dat iets ontstaat of begint noemen we de oorzaak. Het gevolg is te verklaren als het effect wat dit teweeg brengt. Een voorbeeld is een discussie waarin de emoties hoog op kunnen lopen. Het gevolg kan een boze zender zijn die een ontvanger meeneemt in die emotie. Als de oorzaak een boze zender is, en het effect een boze ontvanger, zal het gesprek van kwaad tot erger gaan. De zender en ontvanger interpreteren hun eigen gedrag als een reactie op dat van de ander. De discussie kan zo uit de hand lopen dat de inhoud langzaam naar de achtergrond verdwijnt en daarbij de oorzaak van de discussie of ruzie verloren gaat.

De keuze waarop gereageerd word geld zowel voor zender als ontvanger. Bewust zijn van dit gedrag creëert een verbetering van de communicatie. Met andere woorden, de lijn blijft open en er is contact. De inhoud niet uit het oog verliezen is een kunst. De kunst van communicatie zie ik als het bewust omgaan met de inhoud en de interpretatie van mensen waarmee ik in contact kom.

Axioma 4: Mensen communiceren zowel digitaal als analoog.

De non-verbale ondersteuning (analoog) die nodig is bij de gesproken woorden (digitaal) moet overeen komen. Wanneer dit niet geval is zal de communicatie minder succesvol zijn of de ontvanger gemengde boodschappen ontvangen. Digitale en analoge communicatie gaan daardoor samen als ze gemeend zijn en waar. Het gedrag komt niet overeen wanneer één van de twee afwijkt van de boodschap. Vaak herkennen mensen de non-verbale boodschap sneller dan de verbale boodschap. Dit word nog weleens vergeten door mensen die minder goede bedoelingen hebben. Politieagenten en douanebeambten worden getraind in het onderkennen van zulk soort signalen.

Axioma 5: Communicatie tussen mensen is symmetrisch of complementair, afhankelijk of de relatie gebaseerd is op gelijkheid of verschil.

Communicatie kent ook patronen, “communicatie is een proces waarin mensen elkaar doorlopend beïnvloeden” Oomkes (2017). Vaak wordt er in communicatie met een bekende terug gegrepen naar eerdere communicatie. Het proces van communiceren is daardoor al eerder begonnen. Een communicatiepatroon is geordend in min of meer vaststaande, opeenvolgende stappen.

Bij complementaire communicatie wordt gedrag aangevuld. Iemand die veel praat wordt aangevuld door iemand die stil is en andersom. Complementair gedrag versterkt elkaar. In het boek Communiceren wordt het voorbeeld van een dominant iemand gegeven die onderdanigheid uitlokt met zijn of haar gedrag. “De relatie wordt hierdoor steeds ongelijkwaardiger” Oomkes (2017).

Symmetrische communicatie is gericht op het concurreren om dezelfde positie binnen een relatie.

Een duidelijker voorbeeld gaat over een cliënt en een hulpverlener.

In een complementaire relatie neemt de hulpverlener een bemoederende rol aan en laat de cliënt zich verzorgen.

In een symmetrische relatie streeft de hulpverlener naar het autonoom en zelfstandig functioneren van de cliënt.

Deze indeling slaat niet op de inhoud maar op het betrekkingsniveau of het relatievoorstel. We hebben het in dit axioma over het relationeel aspect zoals Schultz von Thun (2010) het noemt.