Depressie:

Concrete omschrijving/Algemene kenmerken:

Volgens DSM-5 zijn de kernsymptomen van een depressieve stoornis een sombere of prikkelbare stemming en/of een opvallend verlies aan interesse of plezier in (vrijwel) alle activiteiten. Sommige tonen wisselede eetlust, duidelijke gewichtstoename of gewichtsverlies (American Psychiatric Associations 2014). Ook kan er sprake zijn van slapeloosheid of overdadig slapen, duidelijke zenuwachtige onrust, lusteloosheid/futloosheid en vermoeidheid. Verder kan er ook sprake zijn van concentratie- , denkproblemen en besluiteloosheid. Sommige mensen hebben last van suicidale gedachten en doen zelfmoordpogingen. De uitingsvormen of klachten doen zich tenminste langer dan twee weken voor en veroorzaken een duidelijk lijden en belemmeren het dagelijks functioneren. De meeste symptomen dienen bijna dagelijks voor te komen en zijn niet het gevolg van andere zaken zoals, verslavingen, medicatie, lichamelijke aandoening, psychose of rouw. Bij een depressie staat somberheid centraal en gevoelens van leegheid, verdriet en rouw op de achtergrond (Depressievereniging, 2018).

Psychische en cognitieve klachten:

  • Somber, neerslachtig, een gevoel van leegte
  • Verminderde interesse in mensen en Activiteiten, nergens plezier in hebben
  • Negatieve gevoelens en gedachten, Schuldgevoelens
  • Gebrekkig zelfvertrouwen, faalangst
  • Angst, wanhoop, machteloosheid
  • Huilbuien of de behoefte te huilen
  • Snel boos of geïrriteerd
  • Besluiteloosheid, gebrekkig vermogen om Problemen op te lossen
  • Veel piekeren
  • Vaak met de dood bezig
  • Concentratieproblemen, vergeetachtigheid
  • Traagheid, moeite met nadenken
  • Rusteloosheid

Lichamelijke klachten:

  • Vermoeidheid, geen energie
  • Gewichtsverandering door te weinig of te veel eten
  • Slapeloosheid of te veel slapen
  • Minder of geen zin hebben in seks
  • Een droge mond
  • Hoofdpijn, druk op de borst (benauwdheid), pijn in rug, gewrichten of spieren
  • Hartkloppingen
  • Duizeligheid

Oorzaken:

Het is vrijwel altijd het gevolg van een combinatie van factoren op meerdere gebieden tegelijk. In de wetenschap spreekt men van een bio-psycho-sociaal model: een combinatie van erfelijkheid, persoonlijke eigenschappen en wat iemand meemaakt in zijn leven. Sommige mensen hebben aanleg, anderen zijn door omstandigheden beïnvloed, maar meestal is het van alles wat.

Biologische factoren:

Een depressie kan erfelijk zijn, maar het gaat hierbij echter om gen-omgevingsinteractie. Een persoon kan in aanleg kwetsbaar zijn voor depressie maar het komt tot uiting door eventuele omgevingsfactoren.

Neurotransmitters spelen een rol bij depressie, deze zorgen er voor dat emoties, eetlust en concentratievermogen worden gereguleerd. Serotonine en noradrenaline hebben invloed op de stemming. Bij depressie zijn daar lagere concentraties van gemeten in de hersenen.

Schommelingen in hormonen kunnen aan de basis liggen van veel depressiviteitsklachten. Maar ook andere stoffen in het lichaam kunnen een rol spelen en de kans op depressie vergroten, bijv. medicijnen, verslavende middelen, maar ook ontstekingen. Afwijkingen in de schildklier-, bijnierschors, diabetes, hart- en vaatziekten of de ziekte van Parkinson (Ned. Kenniscentrum voor Angst en Depressie, 2018) .

Psychologische factoren:

Depressie heeft ook met de persoonlijkheid te maken, met de manier waarop je in het leven staat. Zie je altijd de optimistische kanten ergens van of eerder de punten van zorg? Zo’n instelling heeft iets met je karakter te maken en kun je niet zomaar veranderen.

Eigenschappen die de kans op een depressie verhogen zijn:

  • veel piekeren
  • gebrekkig vermogen om problemen op te lossen
  • weinig zelfvertrouwen
  • onvoldoende veerkracht om verdriet en teleurstelling te verwerken
  • moeite om steun te vragen
  • negatief denken
  • perfectionisme, hoge eisen stellen aan zichzelf
  • faalangst
  • een streng geweten, dat de eigen persoon afkeurt.

Ingrijpende gebeurtenissen:

Als een persoon een ingrijpende emotionele gebeurtenis meemaakt, kan dat (zelfs op latere leeftijd) leiden tot een depressie. Zo kunnen mensen op volwassen leeftijd depressief worden, nadat ze als kind lichamelijk of geestelijk zijn verwaarloosd, mishandeld of misbruikt. Of als ze op jonge leeftijd bijv. een ouder hebben verlopen.

Ook schokkende gebeurtenissen die grote veranderingen met zich meebrengen kunnen op latere leeftijd een depressie veroorzaken. Bijv. een verhuizing waarbij iemand zijn sociale contact gaat missen, een ongeluk of een inbraak. Maakt de persoon iets ernstigs mee en heeft hij/zij niet het gevoel er tegen bestand te zijn, dan kan de combinatie van externe gebeurtenissen en persoonlijke eigenschappen tot een depressie leiden (Ned. Kenniscentrum voor Angst en Depressie, 2018).

Begeleiding bij depressie:

Mensen waarbij niet gelijk sprake is van een depressieve stoornis maar wel last hebben van stemmingsproblemen, is het belangrijk te stimuleren, te activeren en te praten. Een houding van inleven in het probleem en de persoon is belangrijk. Daarnaast moet gelet worden op het activiteitenniveau, hij/zij moet in beweging blijven. Ten derde moet er gelet worden op zelfondermijnende overtuigingen. Het is belangrijk deze eerste symptomen van de depressie de situatie te doorbreken zodat deze negatieve cognities zich niet meer vormen. Wordt dat niet gedaan dan wordt er steeds meer stresshormoon aangemaakt en angst opgeroepen zodat het lichaam in een vicieuze cirkel terecht kan komen. Inzicht krijgen in eigen emoties door middel van een emotiedagboekje kan de motivatie verhogen om te werken aan de depressie. Belangrijk is dat de naasten in de gaten houden hoe het gemoed van de persoon zich gaat ontwikkelen. Begrip, sympathie en een luisterend oor is ook belangrijk. Bied een veilige omgeving en benoem zijn/haar succeservaringen. De persoon moet uit zijn lusteloze toestand komen zodat hij het teveel aan adrenaline kan gebruiken, naast dagactiviteiten wordt sporten aangeraden. Dit verhoogt de endorfine wat een positief resultaat heeft op het verminderen van een depressie (Depressie vereniging, 2018).

Behandelmethoden bij depressie:

Gaat de depressie verder dat de milde vorm dan zijn er verschillende vormen van begeleidingstrajecten. Een therapie die goede resultaten boekt bij depressie is Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Bij deze therapie gaat het om het veranderen van de gedachten die leiden tot een depressie. CGT wordt opgesplitst in een cognitief therapievorm en een gedragtherapievorm. Voor het slagen van CGT is het belangrijk dat thuis ook wordt doorgegaan met het anders omgaan van deze gedachten, bijv. door mindfulness en het bijhouden van een dagboekje. Of de opdracht krijgen om te kijken of een bepaalde gedachte door te toetsen ook daadwerkelijk klopt met de werkelijkheid. In de gedragstherapie wordt gedrag aangepakt dat bij de depressie hoort. Lusteloosheid, terugtrekgedrag en vermijding van het ondernemen van activiteiten onderhouden de depressie. Tijdens deze behandeling zal de behandelaar de persoon activeren en stimuleren dagelijkse activiteiten te doen. Hij/zij gaat merken dat wanneer het lukt actiever te worden, de stemming vaak verbetert.

Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT) is gebaseerd op het feit dat depressie samenhangt met veranderingen in belangrijke relaties. Centraal staan vier probleemgebieden:

  • rouw/verlies
  • rolverandering
  • interpersoonlijke conflicten
  • interpersoonlijke tekorten

In deze therapie wordt geleerd hoe negatieve gedachten hun stemming bepalen, leren ze positiever naar zichzelf en de omgeving te kijken en beter om te gaan met conflicten.

Medicatie: Alle onderzoeken (ook de kritische) zeggen eigenlijk hetzelfde: Anit-depressiva werken beter dan placebopillen tegen depressie. Ze werken goed bij ernstige depressie, zeer waarschijnlijk bij matige depressie en de effectiviteit bij lichtere depressies staan ter discussie. Dit geldt niet voor kinderen en adolescenten. Daarin moet terughoudend worden opgetreden omdat er weinig bekend is op het effect op langere termijn en de grote kans op terugval na het stoppen (Ned. Kenniscentrum bij Angst en Depressie, 2018).