DSM-5:

De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) is een classificatie voor psychische stoornissen, ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association (APA).

In 2014 verscheen de vijfde editie: de DSM-5. De DSM is ontwikkeld voor gebruik bij met name onderzoek. Door internationaal dezelfde criteria af te spreken voor psychiatrische aandoeningen wordt onderzoek en communicatie duidelijker en betrouwbaarder.De meestgenoemde kritiek op de DSM is wanneer je maar lang genoeg zoekt in het boek je vanzelf iedereen kan bestempelen met een stoornis. Het plaatsen van mensen in hokjes wordt door de critici gezien als een zwart-witte denkwijze (Van Lieshout et al, 2018).

Doel van de DSM

Het handboek is bedoeld om eenheid te brengen in de vele interpretaties van diagnoses. De DSM is gemaakt om ondubbelzinnige definities te creëren waaraan een persoon moet voldoen om een bepaalde psychische aandoening te hebben. Op die manier is het gemakkelijker voor psychologen en psychiaters om patiënten te vergelijken en om informatie uit te wisselen.

Elke stoornis heeft in de DSM een vijfcijferige code, zodat artsen en psychiaters over de hele wereld zonder taalbarrière met elkaar kunnen communiceren. Ondertussen is de DSM ook een instrument dat zorgverzekeraars gebruiken om te bepalen of een behandeling wel of niet vergoed kan worden (van Lieshout et al, 2018).

De DSM bestaatuit vijf assen:

  • as I klinische stoornis
  • as II persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheden
  • as III somatische aandoeningen
  • as IV psychosociale en omgevingsfactoren
  • as V Algehele beoordeling van het functioneren

De DSM-5 biedt nu meer ruimte voor het specificeren van ernst, de mate van beperkingen en voor individuele verschillen binnen dezelfde categorie stoornissen.

Nadelen van DSM-5:

De DSM is dus een classificatiesysteem, ten onrechte wordt het als een diagnose-systeem gehanteerd. Een psycholoog of psychiater stelt diagnose aan de hand van wat de patient vertelt samen met wellicht de uitkomsten van een testonderzoek of vragenlijsten. Al deze gegevens ordent hij op de manier die hij in zijn opleiding en werkervaring geleerd heeft. Dat wordt de klinische blik genoemd en die is oneindig veel waardevoller dan een lijstje met criteria.

De classificatie is vervolgens hoe je de ontstane aandoening of stoornis zou indelen in de DSM. De DSM-5 biedt gelukkig wel veel meer mogelijkheden om de classificatie en de beschrijvende diagnose op elkaar af te stemmen en laat meer ruimte voor individuele verschillen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van de vorige versie.

Daarnaast klinkt kritiek dat het zeer lastig is om subjectieve klachten te objectiveren, de onderzoeker moet afgaan op hetgeen de onderzochte vertelt. Er bestaat geen consensus over de validiteit van psychiatrische syndromen en diagnostische categorieën. De DSM is internationaal het meest gebruikte classificatie-systeem voor psychiatrische aandoeningen, de World Health Organisation heeft ook een classificatiesysteem (ICD-10), waarvan binnenkort de elfde editie verschijnt (Van Lieshout et al, 2018).

Het Dynamisch Stress-Kwetsbaarheidsmodel (DSK-model):

Omgeving, gebeurtenissen en persoon beinvloeden de psychische gezondheid. In het DSK-model (zie onderstaand model) wordt op schematische wijze inzicht gegeven aan drie factoren die van invloed zijn op de psychische gezondheid. Deze factoren zijn persoonsgebonden, omgevingsgebonden en factoren die verbonden zijn aan gebeurtenissen en de manier van reageren daarop (Maas en Jansen 2000). De verschillende factoren hebben ook een wisselwerking met de tijd. Psychobiologische kenmerken en psychische kenmerken van de omgeving zijn van invloed op het al dan niet optreden van gebeurtenissen en het daaropvolgende gedrag (met name de processen van betekenisverlening en coping). Gebeurtenissen en gedrag zijn ook van invloed op kwetsbaarheid en kunnen deze blijven veranderen. Per psychische stoornis kan op deze manier in kaart worden gebracht welke specifieke invloed de verschillende factoren onderling beinvloeden en met elkaar in verbinding staan (IQ Coaches, 2012).