Gedragsstoornis:

Wat is een gedragsstoornis?:

Ieder mens wordt wel eens flink boos, en ook een keer agressief reageren wil nog niet zeggen dat iemand een gedragsstoornis heeft. We spreken van een gedragsstoornis als iemand een langdurig patroon laat zien van negatief, opstandig of driftig gedrag of gedrag dat tegen de normen ingaat, zoals vechten, stelen of liegen.

Een gedragsstoornis is iets anders dan een gedragsprobleem. Gedragsproblemen zijn niet aangeboren, maar worden veroorzaakt door omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een ingrijpende gebeurtenis. Een gedragsstoornis is aangeboren en niet te genezen; iemand vertoont gedrag dat voortkomt uit een aandoening, zoals autisme, ADHD, een verstandelijke beperking of een persoonlijkheidsstoornis. Een gedragsstoornis kan voorkomen bij kinderen, jongeren en volwassenen.

Gevolgen in het dagelijks functioneren:

Iemand met een gedragsstoornis ondervindt hiervan vaak grote gevolgen in het dagelijks leven. Hoewel het gedrag dat iemand laat zien goed te verklaren valt vanuit de stoornis, begrijpen andere mensen vaak niet goed waar het gedrag vandaan komt. Daarbij kan het gedrag voor anderen soms zo storend, negatief of zelfs bedreigend zijn, dat er ingegrepen moet worden. Hierdoor kunnen er makkelijk conflicten ontstaan en verlopen sociale contacten niet altijd vanzelfsprekend. Het zelfvertrouwen vermindert en ook de stress kan hoog oplopen. Hierdoor lukken dagelijkse taken weer minder goed, waardoor iemand in een negatieve spiraal kan raken. Iemand met een gedragsstoornis kan verharden en ‘vluchten’ in een verslaving of destructief gedrag. Als gevolg daarvan is de kans groter om in aanraking te komen met politie, justitie of bureau HALT.

Wat is een gedragsstoornis?:

Een gedragsstoornis is een psychische stoornis bij kinderen. Kinderen met een gedragsstoornis vertonen voor langere tijd afwijkend en zeer lastig gedrag. Alle kinderen hebben weleens een periode waarin ze zich opstandig, boos, dwars en agressief gedagen. Echter, bij kinderen met een gedragsstoornis houdt deze periode langer aan, wat leidt tot nadelige gevolgen voor het kind en zijn/haar omgeving. Een gedragsstoornis behoort tot de ontwikkelingsstoornissen. Daarnaast zijn er meerdere gedragsstoornissen te onderscheiden. De twee bekendste gedragsstoornissen zijn:

  • Antisociale gedragsstoornis (Conduct Disorder ofwel CD)
  • Oppositionele opstandige gedragsstoornis (Oppositional Defiant Disorder ofwel ODD)

Onder een gedragsstoornis vallen ook:

  • Gedragsstoornis niet anderszins omgeschreven (NAO)
  • Stoornissen in de impulsbeheersing
  • Aanpassingsstoornis
  • Ouder-kind relatieproblematiek

ODD is de milde variant van de antisociale, agressieve gedragsstoornis Conduct Disorder(CD). Bij ODD is er geen sprake van ernstig gewelddadig gedrag. Ook andere hebben hier minder last van . ODD is vijandelijk gedrag en openlijke ongehoorzaam opstandig gedrag gedurende minstens een half jaar een patroon.

Verschillende gedragingen kunnen aanwezig zijn. Er moeten er minimaal vier aanwezig zijn voor een diagnose.

  • Is vaak driftig
  • Maakt vaak ruzie met volwassenen, gaat steevast in discussie met volwassenen
  • Daagt uit of doet dikwijls ‘lekker’ niet wat een volwassenen van hem vraagt
  • Doet regelmatig expres dingen om anderen te ergeren
  • Geeft anderen de schuld van zijn fouten of wangedrag
  • Is vaak kribbig, overgevoelig of snek op zijn teentjes getrapt
  • Is dikwijls boos, gepikeerd en wrokkig
  • Is vaak hatelijke en wraakzuchtig, doet nogal eens iets vervelends alleen maar om iemand dwars te zitten of terug te pakken

Door ODD ervaart de persoon ernstige beperkingen in het sociaal functioneren, thuis, op school of op het werk.

Het gedragsprobleem is niet beperkt tot een periode van een psychose of een stemmingsstoornis en de criteria horen niet in de categorie antisociale, agressieve gedragsstoornis (Lieshout, 2009).

Bij CD worden andere mensen benadeeld en normen en waarden worden overtreden.

Mensen met CD vertonen gewelddadig gedrag. Door het tekortschietende emotionele zelfregulatie en het snel gefrustreerd raken uit dit zich in woede en driftbuien met gewelddadig gedrag.

Het verschil tussen CD en ODD is dus ook de mate van agressie en het overtreden van de normen en waarden van andere mensen (Lieshout, 2009).

Oorzaak van een gedragsstoornis:

De oorzaak van een gedragsstoornis is vaak een wisselwerking van verschillende factoren. Vaak is er bij het kind sprake van erfelijke aanleg voor een gedragsstoornis. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat er geen specifieke afwijkingen in de genen bestaan die de oorzaak zijn van slecht luisteren, driftbuien en agressief gedrag. Wel zijn er soms kleine afwijkingen in de hersenfuncties die de hormoonstoffen regelen. Deze zijn verantwoordelijk voor het onderdrukken van impulsen en beheersen van emoties. Het gevolg van zulke afwijkingen is vaak al op jonge leeftijd bij het kind te zien. We spreken dan van een moeilijk temperament. Het kind heeft moeite met concentreren, is erg beweeglijk en reageert impulsief en heftig. Daarnaast hebben deze kinderen soms meer moeite met het herkennen van emoties van anderen en soms is het spraak- en denkvermogen minder goed ontwikkeld. Al deze factoren samen maakt het voor het kind lastig om goed met ingewikkelde sociale situaties om te gaan.

Naast erfelijke aanleg hebben omgevingsfactoren ook grote invloed op het ontwikkelen en het in stand houden van een gedragsstoornis. Voorbeelden van invloeden uit de omgeving op het ontwikkelen van een gedragsstoornis zijn:

  • Ouders
  • Leerkrachten op school
  • Klasgenoten
  • Sportclubvrienden
  • Computerspelletjes/televisieprogramma’s (media)
  • De buurt

Bepaald gedrag van de ouders werkt het temperamentvolle gedrag van een kind in de hand. Bijvoorbeeld door weinig grenzen te stellen, vaak toe te geven aan driftbuien en door inconsequent te zijn in de opvoeding. Ook zien sommige wetenschappers een relatie tussen agressie in bijvoorbeeld videospelletjes en agressie bij het kind zelf. Door de blootstelling aan agressie in de virtuele wereld zou het kind kunnen gaan denken dat geweld de juiste manier is voor het oplossen van problemen.

Gedragsstoornis op latere leeftijd:

Vaak ontwikkelt een gedragsstoornis zich voor het tiende levensjaar van het kind, maar er zijn gevallen bekend waarbij de gedragsstoornis zich pas later begint te uiten. De precieze oorzaak van gedragsstoornissen die op latere leeftijd ontstaan is minder goed bekend. Mogelijk is het een combinatie van:

  • Gezagsconflicten met ouders en/of leerkrachten.
  • Weinig toezicht van de ouders op de kinderen.
  • Het aansluiten bij een (foute) vriendengroep waarbij lichte en/of zware criminaliteit normaal is.

Symptomen van een gedragsstoornis:

Een gedragsstoornis herken je onder andere aan ongewenste gedragingen door het kind. Ongewenst gedrag kan zich op drie manieren uiten:

  • Agressie
  • Oppositioneel gedrag
  • Antisociaal gedrag

Met oppositioneel gedrag bedoelt men dat het kind het gezag en de leiding van de ouders/volwassenen niet accepteert. Kinderen doen bijvoorbeeld niet wat er gevraagd wordt of worden boos wanneer er iets wordt verboden. Onder agressie valt niet alleen fysiek geweld zoals schoppen en slaan, maar ook het buitensluiten en pesten van andere kinderen. Antisociaal gedrag is het overtreden van normen en waarden, zoals diefstal plegen en liegen.

Kinderen met een gedragsstoornis hebben vaak problemen op sociaal vlak omdat leeftijdsgenootjes niet met ze willen spelen. Op cognitief gebied hebben ze problemen, omdat er vaak sprake is van een leerachterstand. Op emotioneel gebied ontstaan problemen doordat relaties aangaan moeilijk is voor kinderen met een gedragsstoornis.

Diagnose gedragsstoornis:

Gedragsstoornissen staan beschreven in de DSM-5. DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders en is een handboek voor de diagnose van psychische stoornissen. De DSM stelt een aantal criteria om te bekijken of iemand een gedragsstoornis heeft. In de DSM 5 wordt er een onderscheid gemaakt tussen de twee type gedragsstoornissen: Conduct Disorder (CD) en Oppositional Defiant Disorder (ODD). Een psycholoog of psychiater kan de diagnose gedragsstoornis stellen.

Externaliserende problematiek:

Externaliseren is een techniek om een probleem op te lossen, hierbij word het probleem buiten de persoon gelegd om het probleem te bekijken.

Externaliserend gedrag uit zich bij jongeren vaak in agressie, overactief gedrag en ongehoorzaamheid. Externaliserend gedrag zie je aan de buitenkant/ het gedrag.

Jongeren hebben vaak geen controle over hun emoties en komen hierdoor vaak in de problemen. Dit uit zich in woedeaanvallen, driftbuien, delinquent gedrag en pesten. Hun gedrag wordt door de samenleving niet geaccepteerd waardoor er conflicten ontstaan. De jongeren worden vaak als lastig en ongehoorzaam bestempeld.