Lichamelijke beperkingen en zintuigelijke beperkingen

We geven informatie over lichamelijke beperkingen, zoals chronische ziektes, psychosomatische ziektes, gehoor- en gezichtsstoornissen.

Wat betreft motorische beperkingen, gaan we in op tics en dyspraxie.

– Zintuigelijke beperkingen:

De mens heeft vijf zintuigen, zien, horen, proeven, ruiken en voelen! De organen, ogen, oren, mond, neus en huid geven via zenuwen signalen door aan de hersenen.

Als de zintuigen goed werken, neemt de mens alles om hem heen goed waar en kan hij gericht en goed reageren op alles wat er om hem heen gebeurt. Voor onderling sociaal contact zijn vooral het zien en horen erg belangrijk.

– Lichamelijke beperkingen:

Het lichaam bestaat uit heel veel verschillende organen, wanneer er iets niet goed werkt op het motorische gebied, dat wil zeggen het bewegen van het lichaam, spreken we van een lichamelijke beperking. De oorzaak van een beperking kan divers zijn, we spreken van aangeboren beperkingen, wanneer deze al sinds de geboorte aanwezig zijn.

Voor de ontwikkeling van baby tot volwassene heb je alle functies nodig, is er een beperking dan heeft dit gevolgen voor de normale ontwikkeling en kan dit leiden tot leer- en gedragsproblemen.

Lichamelijke stoornissen

Er zijn veel verschillende lichamelijke stoornissen die het subdomein 8.5 in de kennisbasis onderscheidt in 3 delen:

· Chronische ziektes

· Psychosomatische ziektes

· Gehoor- en gezichtsstoornissen

Chronische ziektes

Chronisch betekent dat iets zich een langere tijd aanhoudt. Een chronische ziekte wil dus zeggen dat het een ziekte is die langdurig is en er over het algemeen geen uitzicht op herstel is. Hierbij kan je denken aan de volgende ziektes:

– Reuma, een aandoening aan de gewrichten, spieren en pezen.

– Diabetes (suikerziekte)

– Astma of COPD, beide een aandoening aan de luchtwegen

– Dementie

– Nieraandoeningen

– Spierziektes zoals MS en ALS

– Sommige psychische stoornissen zoals een depressie of angststoornis

Dit zijn een aantal voorbeelden van chronische ziektes. Voor sommige ziektes zijn hulpmiddelen om ermee te leren leven, zoals een diabetespatiënt die insuline moet spuiten. Deze hulpmiddelen zijn geen wondermiddel: zo’n chronische ziekte of aandoening gaat er niet van over. Deze hulpmiddelen maken het leven met de ziekte of aandoening wat dragelijker en voorkomen voor ernstigere klachten.

Ook zijn er chronische ziekten waar patiënten aan overlijden, zoals de spierziekte ALS. Hier is geen medicijn voor, er is wel een medicijn die de levensverwachting verlengt.

Cijfers

Op de site van de Volksgezondheidszorg staat dat in 2016 gemeten 8,8 miljoen mensen in Nederland aan één of meer chronische ziekten lijdt. Dit komt uit op ongeveer 52% van de bevolking. Hieronder valt dat 90% van de gevallen 75 jaar of ouder zijn. Wat ook opvallend is, is dat de meerderheid van deze mensen vrouwen zijn.

Psychosomatische ziektes

Psychosomatische ziektes zijn geestelijke ziektes of aandoeningen die daarmee effect hebben op het lichaam (psyche betekent geest en soma betekent lichaam). Sommige lichamelijke aandoeningen kunnen versterkt worden door psychische factoren zoals stress of angst.

Een voorbeeld hiervan is dat er gezegd wordt wanneer een persoon met eczeem stress ervaart, de ernst van het eczeem erger wordt.

De geest heeft wel degelijk invloed op het lichaam. Wanneer iemand overwerkt is en in een burn-out terecht komt krijgt die persoon lichamelijke klachten, zoals vermoeidheid en hyperventilatie.

Cijfers

Op de site van Volksgezondheidszorg staat dat de meeste Nederlanders van 12 jaar of ouder zich psychisch gezond voelt, ongeveer 89%. Bij scholieren tussen de 12 en 16 jaar ervaart 20% psychische problemen. Dit aantal stijgt elk jaar, door de hoge druk die op de studenten wordt neergelegd en de huidige maatschappij anno 2019.

Gehoor- en gezichtsstoornissen

Een ander woord voor gehoorstoornis is auditieve beperking (audire = horen). Een gehoorstoornis uit zich altijd in beperkt of zelfs helemaal niet kunnen horen. Er zijn verschillende vormen van auditieve beperkingen, waar verschillende oorzaken aan vast zitten. Dit hangt af van het gedeelte van het oor waar het probleem zit. Voorbeelden:

Perceptief gehoorverlies

Deze vorm houdt in dat sommige geluiden minder hard binnen komen doordat er haarcellen in het slakkenhuis ontbreken of beschadigd zijn. Dit wordt veroorzaakt door ouderdom en komt veel voor. Bij sommige geluiden moet je denken aan hoge tonen. Ook moet je hierbij denken aan het niet goed kunnen onderscheden van geluiden (hard en zacht).

Ook kan perceptief gehoorverlies ontstaan door verkoudheid, in het volgende filmpje legt Dr. Drew Ordon (Oor-, neus- en keelspecialist) uit hoe dit mogelijk is:

https://www.youtube.com/watch?v=LZqq7Y6zrf0

Geleidingsverlies

Geleidingsverlies is het verlies van gehoor doordat het geluid zijn weg niet meer goed kan vinden richting het slakkenhuis. Dit kan aan beide oren maar ook aan één oor. Dit kan veroorzaakt worden door oorontsteking, een drukprobleem (bij verkoudheid), het trommelvlies die minder flexibel is of het kan ontstaan door een mechanisch trauma. Dit wil zeggen dat er geleidingsverlies kan optreden door het plotseling horen van een hard geluid of harde knal. Denk hierbij aan het geluid van een pistool die schiet.

Gemengd gehoorverlies

Gemengd gehoorverlies is een combinatie van perceptief gehoorverlies en geleidingsverlies.

Tijdelijk gehoorverlies

Tijdelijk gehoorverlies spreekt voor zich; het slecht horen is tijdelijk. Dit kan veroorzaakt worden door verschillende dingen zoals een grote prop oorsmeer dat uitgespoten moet worden of een oorontsteking.

Er zijn nog veel meer aandoeningen die het horen beperken, de bovengenoemde zijn de meest voorkomende.

Naast gehoorstoornissen zijn er ook gezichtsstoornissen. Deze stoornissen zijn aandoeningen die het zien beperken. Dit kan komen door verschillende aandoeningen:

Staar

Er zijn drie vormen van staar: aangeboren staar, ouderdomsstaar en staar dat veroorzaakt is door trauma of ziekte. Ouderdomsstaar is de meest voorkomende vorm van staar. Met het ouder worden kunnen eiwitten in de lens samenklonteren, waardoor de lens troebel wordt (Oogziektes, sd).

Wanneer het aangeboren staar is, dan spelen erfelijke factoren vaak een rol, maar het kan ook ontstaan door een infectie tijdens de zwangerschap.

Staar kan verholpen worden door een operatie waarbij de wazige lens wordt vervangen. Wanneer je staar hebt zie je dus eigenlijk alles wazig.

Glaucoom

Wanneer je glaucoom hebt, ontstaat er uitval van het gehele gezichtsveld. Bij ernstige glaucoom zie je alles alsof je door een koker kijkt, dus kan je alleen de dingen voor je zien. Wanneer je je ogen naar links of rechts draait zie je als het ware een donkere waas.

Glaucoom kan behandeld worden, maar het beschadigde gedeelte kan niet teruggedraaid worden. Behandeling is wel belangrijk omdat het uiteindelijk kan leiden tot blindheid.

Bij glaucoom speelt erfelijkheid wel een rol, maar iedereen kan het krijgen.

Maculadegeneratie

De macula is de gele vlek in het midden van je netvlies. Dankzij de macula kunnen wij gezichten herkennen, autorijden en lezen (Oogziektes, sd). Bij maculadegeneratie sterven de kegels in ons netvlies af (die kegels zorgen voor het kunnen waarnemen van licht- en kleurcontrast). Hierdoor wordt het scherp kunnen zien steeds lastiger. Het centrale zien wordt wazig en je ziet als het ware constant een donkere vlek; daaromheen kan je wel goed kijken.

Maculadegeneratie komt alleen bij ouderen boven de 55 jaar voor, ook speelt erfelijkheid een rol. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat er meer kans is op deze oogziekte wanneer je blauwe ogen hebt en een blanke huidskleur.

Diabetische retinopathie

Diabetes vormt een belangrijk maatschappelijk probleem, dat steeds groter wordt (Klink, 2009). Diabetische retinopathie is een beschadiging aan het netvlies dat, wanneer niet op tijd behandeld wordt, kan leiden tot blindheid. Diabetespatiënten moeten daarom regelmatig naar de oogarts om dit te checken; de diabetische retinopathie ontstaat sneller bij slecht geregelde suikerwaarden. In kleine stappen gaat de kwaliteit van het netvlies achteruit, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Het beeld wordt erg wazig en er ontstaan zwarte vlekken in het zicht.

Cijfers

In 2017 waren er gemeten 720.000+ mensen met de diagnose gehoorstoornissen of slechthorendheid. Hiervan zijn mannen in de meerderheid dan vrouwen.

In 2011 was het geschatte aantal mensen met gezichtsstoornissen of blindheid in Nederland 300.000+. Hierbij zijn vrouwen in de meerderheid, voornamelijk op latere leeftijd.

Tics

Een tic is een snelle, herhaalde, plotselinge, niet ritmische beweging of uiting van stemgeluid. Bij een beweging spreken we van een motorische tic, zoals oogknipperen, trekken met de neus, bewegen van gezichtsspieren, schoudertrekkingen of het maken van snelle onverwachte bewegingen.

Bij een vocale tic is er een beweging met de stem, zoals kuchen, snuiven, knorren en het roepen van woorden of hele zinnen. Het type tics, het aantal en de intensiteit kan voortdurend veranderen. De tics kunnen kort, maar ook langer aanwezig zijn.

Een mengeling van motorische en vocale tics noemen we het syndroom van Gilles de la Tourette. Onderzoek naar dit syndroom wijst uit, dat het rond het 13e levensjaar sterk af kan nemen en rond het 20e levensjaar zelfs helemaal verdwenen kan zijn.

Oorzaken:

Tics ontstaan door een verstoorde werking in de hersenen en meestal komt het voor in combinatie met een andere stoornis, die te maken heeft met aandachtsproblemen, hyperactiviteit, dwanggedachten of autisme.

Behandeling

Het is wenselijk om in gedragstherapie hieraan te gaan werken, dit kan gunstige verandering en verbetering geven aan de hoeveelheid en de aard van de tics.

Soms lukt het om tics te beheersen en zelfs helemaal of gedeeltelijk te onderdrukken.

Een opvallende therapie is dat het kind leert dat het de tic kan voelen aankomen en dan een tegenbeweging inzet en hierdoor de tic kan voorkomen. Kinderen leren zo tics tijdelijk te kunnen onderdrukken, wat erg wenselijk kan zijn in sociale situaties.

Wel is het een hele intensieve behandeling die een grote motivatie eist.

Als professional in het onderwijs houd je je bezig met het leerproces en de ontwikkeling van je leerlingen. Als deze ontwikkeling gehinderd wordt, ga je signaleren wat deze ontwikkeling tegen houdt. Zo krijg je er eigenlijk extra verantwoordelijkheid bij om de leerling zo aan te sturen en te begeleiden op de manier die het beste bij hem past.

Tips voor begeleiding

Voor wat betreft het omgaan met tics in de klas, moet je rekening houden met meerdere aspecten. Het welbevinden van de leerling moet voorop staan en daarom moet je je als leerkracht verdiepen waarmee de leerling het meest gebaat is. Allereerst uitzoeken welke tics de leerling heeft, wanneer deze optreden en wat de gevolgen zijn voor het leerproces maar ook voor de sociale omgeving in de klas.

Probeer vooral het niet te belangrijk en te zwaar te maken en probeer een dosis humor en plezier in te zetten.

Dyspraxie

Dyspraxie is een motorische ontwikkelingsstoornis. Het wordt ook wel DCD (Developmental Coordination Disorder) genoemd, en dat zegt al een ontwikkelingscoördinatie afwijking.

De hersenen geven niet op juiste wijze informatie door. Daardoor worden bepaalde boodschappen niet goed aan het lichaam doorgegeven. De praxis, dat is het doen en laten, verloopt dan niet goed. Dit kan gaan om problemen in het bedenken van wat iemand wil gaan doen (plannen), maar het kan ook gaan om problemen bij het handelen.

Dit uit zich in de coördinatie van de beweging, die niet goed gaat.

Dyspraxie gaat ook vaak samen met andere ontwikkelingsstoornissen, zoals PPD-NOS, ADHD en leerstoornissen zoals dyslexie.

Uit onderzoek blijkt dat dyspraxie voorkomt bij ongeveer vijf procent van de schoolgaande kinderen, het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Oorzaken

Dyspraxie kan ontstaan doordat de hersenen zich niet optimaal hebben ontwikkeld. Maar ook later kan het het gevolg zijn van hersenletsel, zoals een CVA, of na hersenschade door een ongeluk.

Symptomen

Meestal is op het eerste gezicht niets bijzonders te zien. Kinderen met dyspraxie hebben namelijk over het algemeen een normale intelligentie.

De volgende handelingen kunnen problematisch zijn bij dyspraxie:

– concentratie, het plannen en uitvoeren van taken, fijne en grove motoriek coördinatie, oog-hand coördinatie, moeite hebben met aanleren en eigen maken van nieuwe vaardigheden, tastzin bij aanrakingen kan afwijkend zijn, kortetermijngeheugen is niet sterk, het langetermijngeheugen meestal wel.

Als het kind ook problemen heeft met de spraak, noemen we dit verbale ontwikkelingsdyspraxie.

Kinderen met dyspraxie raken snel gefrustreerd op school, ze moeten heel veel moeite doen voor eenvoudige dingen.

Behandeling

Helaas bestaat er vaak geen verhelpende behandeling. Het hangt van meerdere dingen af, welke begeleiding het beste aansluit. Welke motorische problemen zijn er, hoe oud is het kind, hoe is het intelligentieniveau en zijn er nog andere stoornissen.

Omdat de concentratie vaak niet goed is, zijn oefeningen en herhalingen van oefeningen nodig. Deskundigen als de ergotherapeut, fysiotherapeut en logopedist kunnen het kind helpen beter met de stoornis om te gaan. Ook is het belangrijk dat de sociale leefwereld van het kind ook op de hoogte zijn van de problematiek. Zo kunnen ook zij begrip tonen voor de moeilijkheden en frustraties waar het kind mee te maken heeft. Begrip is nodig, de problemen komen niet voort uit onwil, het kind kan bepaalde handeling soms echt niet voor elkaar krijgen.

Wanneer er ook sprake is van gedragsproblemen is behandeling van een psycholoog, orthopedagoog en maatschappelijk werker gewenst.

Tips voor begeleiding

Vaste routine is belangrijk! Heldere dagindeling, voorspelbare taken en instructies.

Geef ruimte voor succes. Bekijk sterke positieve kwaliteiten en benoem deze, succes is

enorm belangrijk voor het zelfvertrouwen.

Geduld is essentieel, herhaling belangrijk! Geef tijd en ruimte voor oefenen en

repeteren. Stel geen hoge eisen.

Maak het makkelijker! Haal obstakels weg, denk ook aan de plek in de groep.

Heb plezier!

Zorg dat het kind plezier houdt in oefenen en bewegen en dat het activiteiten blijft doen.