Persoonlijkheidsstoornis:

Er bestaan 10 verschillende soorten persoonlijkheidsstoornissen. Deze worden verdeelt in drie clusters volgens het DSM-V

Groep A:

Mensen in cluster A zijn excentriek. Ze kunnen ‘vreemd’ of ‘apart’ overkomen. Vaak hebben zij weinig contact met anderen en leven alleen of geïsoleerd. Zij zullen niet snel hulp zoeken.

  • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
  • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Groep B:

Tot cluster B behoren mensen die zeer verhit kunnen reageren, impulsief zijn en het moeilijk vinden om met hun emoties om te gaan.

    • Bordeline persoonlijkheidsstoornis
    • Antisociae persoonlijkheidsstoornis
    • Theatrale persoonlijkheidsstoornis
    • Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Groep C:

Onder cluster C vallen mensen die over het algemeen erg angstig zijn. Ze zijn bang om relaties aan te gaan of juist om mensen te verliezen. Ze vermijden conflictsituaties en hebben moeite om zelfstandig in het leven te staan.

    • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis
    • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
    • Dwangmatige/ obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis

Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven (NAO):

Als er bij jou sprake is van de algemene criteria van een persoonlijkheidsstoornis, zonder dat er voldoende criteria van een specifieke persoonlijkheidsstoornis kunnen worden vastgesteld, spreekt men van een Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven. Andere termen voor dezelfde persoonlijkheidsstoornis zijn Andere gespecificeerde-persoonlijkheidsstoornis en Ongespecificeerde-persoonlijkheidsstoornis.

Oorzaken en risicofactoren

De oorzaken die bijdragen aan de ontwikkeling van een persoonlijkheidsstoornis zijn niet altijd even duidelijk en verschillen van persoon tot persoon. Vaak is er sprake van een aangeboren kwetsbaarheid (erfelijke aanleg of vroege ontwikkeling) in combinatie met negatieve levenservaringen of een omgeving die de psychische ontwikkeling ongunstig heeft beïnvloed. In wetenschappelijk onderzoek worden risicofactoren genoemd zoals lichamelijke mishandeling, seksueel en emotioneel misbruik, emotionele verwaarlozing, onveilige gehechtheid, over bescherming en een gebrekkige opvoeding. Andere factoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis zijn psychische problemen bij ouders, het verlies van ouders door overlijden of echtscheiding, een pestverleden en armoede (www.ggzstandaarden.nl, 2019).

Invloed op maatschappelijk functioneren

De mate waarin en de manier waarop mensen met een persoonlijkheidsstoornis belemmeringen in hun functioneren ervaren en de mate waarin ze kunnen (en willen) participeren in de maatschappij verschilt sterk per persoon en per type stoornis. Het maatschappelijk functioneren hangt ook af van de steun vanuit de omgeving, het hebben van een dagstructuur en zinvolle activiteiten en de (effectiviteit van de) behandeling. Vooroordelen over psychische problemen maken dat werkgevers, zeker in economisch zwakke tijden, niet snel iemand met een psychiatrisch verleden in dienst zullen nemen. Patiënten zelf kunnen ook redenen hebben om langer dan nodig is maatschappelijke participatie te vermijden. Langdurig ziekteverzuim vanwege psychische klachten kan leiden tot ontslag (www.ggzstandaarden.nl, 2019).

Invloed op omgeving (familie en andere naasten)

Een persoonlijkheidsstoornis is ook ingrijpend voor naasten. Zij kunnen overbelast en uitgeput raken of zelf psychische klachten ontwikkelen. In de samenleving neemt het beroep op naasten toe. Niet functionele gedragspatronen van mensen met een persoonlijkheidsstoornis vormen een bedreiging voor de ontwikkeling van kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd (www.ggzstandaarden.nl, 2019).

Maatschappelijke gevolgen

Persoonlijkheidsstoornissen hebben grote maatschappelijke gevolgen. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis maken veelvuldig gebruik van zorgvoorzieningen, zowel voor psychische als lichamelijke klachten. Zij maken relatief vaak hun schoolopleiding niet af of vallen uit op het werk. Voor de maatschappij betekent dit hogere zorgkosten en meer uitkeringen. Sommige behandelvormen nemen aspecten van maatschappelijke deelname expliciet op in hun behandeling. Ook is het soms belangrijk dat er extra veiligheidsmaatregelen genomen worden voor de persoon zelf, diens omgeving (partner/kinderen) en/of de maatschappij (bij overlast, suïcidaliteit, zelfbeschadigend gedrag, agressie en crimineel gedrag (www.ggzstandaarden.nl, 2019).