Ouderenproblematiek

Ouderdomsproblematiek heeft een persoonlijk en maatschappelijk aspect. Persoonlijk kent de oudere lichamelijk verval en heeft hij/zij te maken met verzwakking, ziekte en soms verstandelijk onvermogen. Maatschappelijk is er de steun door de familie, bejaardentehuizen en verzorgingstehuizen. Ouderen kosten vaak veel moeite en geld maar leveren niet meer veel op, de vraag is dan of het allemaal wel zin heeft. In de media wordt tegenwoordig veel gesproken over een zelfgekozen levenseinde wanneer een persoon zelf in zijn ouderdom het leven als zinloos en pijnlijk ervaart. Zeker in onze westerse maatschappij wordt ouderdom vaak als een last ervaren. Toch kan er ook gesproken worden over een belangrijke en vruchtbare levensfase.

‘Vroeger was oud worden en sterven

belangrijk, want je was de mens

die er bijna was.

Nu ben je onbelangrijk want je bent

een mens die er bijna is geweest.’

(Godfried Bomans)

In onze westerse wereld is er nog maar weinig aandacht voor de wijsheid en levenservaring die ouderdom met zich meebrengt. De aandacht is vooral gericht op de problemen bij het ouder worden en ouderdom komt inderdaad met gebreken. De vele problemen van het ouder worden hebben we in dit document beschreven. Toch willen we niet voorbijgaan aan het feit dat ouderdom ook een fantastische tijd kan zijn waarin je de kunst kunt ontwikkelen van het binnen halen van de innerlijke oogst. Dat betekent dat je de vruchten van je ervaringen begint te groeperen, te selecteren en te integreren. Mooie ervaringen zijn goede herinneringen en dingen die je moeilijk hebt gevonden in je leven kun je met mededogen tegemoet treden, de wond hoeft nooit meer helemaal opengescheurd te worden als je je zelf en de situatie vergevingsgezind bent. Ook de pijnlijke ervaringen hebben je gebracht waar je nu bent. Wanneer de oude mens instaat is deze levensfase goed te doorleven is dat enorm waardevol voor de jonge mensen in zijn/haar omgeving het is immers ook hun voorland. Door het voorleven van geestelijke waarden en rijkdom wordt materialisme klein gemaakt waardoor het voor jonge mensen mogelijk wordt om zich te oriënteren op hun werkelijke idealen.

De antroposofie beschrijft dit levensproces in periodes van zeven jaar.

Tot ons 28e levensjaar gaan we volledig op in de stijgende levensloop op weg naar de volwassenheid. Tot de leeftijd van ongeveer 35 jaar wordt het leven voornamelijk beleeft. Na het 35e levensjaar komt er een innerlijk rijpingsproces opgang waardoor het leven met terugwerkende kracht begrepen wordt. Het ouder mogen worden is de enige manier om inzicht te krijgen in de eerste helft van je leven, we gaan dan begrijpen wat we toen gevoeld, gedaan, gedacht en beleefd hebben. Dit gaat in periodes van 7 jaar.

De periode van 28 tot 35 jaar wordt niet gespiegeld maar tegelijkertijd beleefd en begrepen.

· Tussen 35 en 42 jaar begrijpen we wat we hebben beleefd van 21 tot 28 jaar.

· Tussen 42 en 49 jaar begrijpen we wat we hebben beleefd van 14 tot 21 jaar

· Tussen 49 en 56 jaar begrijpen we wat we hebben beleefd van 7 tot 14 jaar

· Tussen 56 en 63 jaar begrijpen we wat we hebben beleefd van 0 tot 7 jaar

Het betekent dat wanneer je ouder wordt steeds meer grip krijgt op het leven en de bedoeling ervan. Vaak is dit een onbewust proces. Het is mooi wanneer het een bewust proces wordt want dat levert voor de oud geworden mens grote innerlijke rijkdom op. In alle gevallen is het van grote meerwaarde op de omgeving van de oudere.

In de jeugd denkt de mens,

In ouderdom begrijpt hij.

(Rudolf Steiner)

Somatische ziekten en aandoeningen:

Hart en vaatziekten:

Hart en vaat ziekten vormt de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. Hart en vaat ziekten zijn aandoeningen van het hart en de bloedvaten. Hart en vaat ziekten ontstaan als de bloeddoorstroming onvoldoende is in de slagaders rond het hart en in de slagaders rond het hoofd. Dit kan veroorzaakt worden door erfelijke factoren, verhoogd cholesterol, verhoogde bloeddruk, diabetes en overgewicht. Ook spelen leefstijlfactoren zoals roken, alcoholmisbruik, ongezonde voeding en te weinig beweging een rol hierin. De symptomen van hart en vaat ziekten zijn aanhoudende pijn op de borst, moeheid, overmatig zweten en misselijkheid. Soms zijn er ook helemaal geen klachten. Maar bij twijfel of zorgen moet je altijd naar de huisarts gaan.

Kanker:

Kanker is een ongecontroleerde deling van lichaamscellen. De cellen kunnen niet meer stoppen met delen en groeien in omliggende weefsels, ook kunnen ze uitzaaien naar andere delen van het lichaam. Kanker kan bijna overal in het lichaam ontstaan. Er zijn meer dan 100 verschillende soorten kanker. Al deze soorten hebben dezelfde eigenschap van ongecontroleerde celdeling gemeen. Kanker ontstaat door een verandering in het DNA deze verandering wordt mutatie genoemd. Een mutatie kan op verschillende manieren optreden. Bijvoorbeeld door schade aan het DNA door stoffen zoals tabak, straling of teveel zonlicht. Maar ook door een fout in de celdeling kan kanker ontstaan.

Ziekte van Parkinson:

De ziekte van Parkinson is een ziekte van de hersenen. De ziekte van Parkinson leidt tot verlies van hersencellen waardoor er bewegingsstoornissen plaats vinden (Rooijendijk, Dijt, J Wijers, en Van Delft, 2011). De symptomen van de ziekte van Parkinson zijn: spierstijfheid, ongecontroleerde bewegingen, beven van handen en vingers en traagheid in bewegen. Er is onderzoek gedaan naar de oorzaak van de ziekte van Parkinson maar een duidelijke oorzaak is helaas nog niet gevonden. Parkinson is niet te genezen en de behandelingen zijn gericht op het verlichten van de klachten door medicijnen en oefeningen (Rooijendijk, Dijt, J Wijers, en Van Delft, 2011).

Osteoporose:

Osteoporose is een chronische aandoening van het skelet, waarbij de botsterkte afneemt. Bij osteoporose wordt de botmassa minder en er vindt een verandering plaats in de structuur van het bot. Hierdoor neemt de sterkte van de botten nog meer af. Iemand die osteoporose heeft merkt hier weinig van tot dat zijn bot breekt. Want botbreuken zijn het gevolg van osteoporose. Maar als je er tijdig bij bent is er veel te veranderen en te voorkomen.

Diabetes mellitus:

Diabetes mellitus is een veel voorkomende chronische stofwisselingsziekte. Patiënten hebben te veel glucose in het bloed. Omdat glucose een vorm van suiker is werd diabetes mellitus vroeger ook wel suikerziekte genoemd. Het lichaam kan de bloedsuikers niet meer op een natuurlijke manier in evenwicht houden want het heeft een tekort aan het hormoon insuline of het reageert niet meer goed op insuline. Het kan ook zijn dat het lichaam helemaal geen insuline meer aanmaakt.

Diabetes type 1. Deze patiënten moeten elke dag hun bloedsuiker meten en insuline spuiten of een pompje dragen. Bij alles wat ze eten moeten ze berekenen hoeveel insuline er nodig is en ze moeten de rest van hun leven insuline blijven gebruiken. Het wordt dus ook wel insulineafhankelijke diabetes genoemd.

Diabetes type 2 komt vaker voor en ook vaak op hogere leeftijd maar ook steeds meer bij jongere mensen. De alvleesklier werkt dan nog wel maar niet goed genoeg. Type 2 werd vroeger ook wel ouderdomsdiabetes genoemd omdat het zich vaak na het 40e levensjaar manifesteert. Deze vorm van diabetes ontwikkelt zich langzaam en daarom wordt de diagnose vaak niet gesteld. Oorzaken van dit type kunnen erfelijk zijn of ontstaan door overgewicht, de cellen zijn dan minder gevoelig voor insuline. Ook een ongezonde leefstijl met ongezonde voeding en weinig lichaamsbeweging kan een oorzaak zijn. Door goede voeding, minder suikers en koolhydraten, meer geraffineerd voedsel zoals volkorenbrood, bruine rijst, vers fruit en verse groenten is dit type diabetes onder controle te houden. Ook is sporten en veel bewegen belangrijk, als spieren hard moeten werken halen ze glucose uit het bloed voor meer energie. Soms zijn patiënten aangewezen op medicijnen die de aanmaak van insuline reguleren.

Voor beide types diabeten zijn de klachten en symptomen hetzelfde.

CVA/ beroerte:

CVA staat voor Cerebro Vasculaire Accident het is een medische term voor een ongeluk in de vaten van de hersenen. Het wordt ook wel een beroerte genoemd en dat is een hersenbloeding of herseninfarct. Een herseninfarct komt het meest voor, het gaat dan om een verstopping in de bloedvaten door een propje of het dicht slibben van een bloedvat. Er ontstaat dan een zuurstofgebrek in de hersenen, de hersenen krijgen te weinig bloed. Bij een hersenbloeding knapt er een bloedvat en er loopt bloed in de hersenen die daardoor onder druk komen te staan en afsterven. Een bloeding kan het gevolg zijn van een te hoge bloeddruk, aderverkalking, aneurysma of een aangeboren bloedvat ziekte.

De gevolgen van een CVA kunnen zeer ernstig zijn zoals een verlamming links of rechts van het lichaam, slecht of niet kunnen praten of verward praten (afasie). Ook onzichtbare gevolgen kunnen enorme impact hebben. Zoals karakterveranderingen, vermoeidheid, concentratieproblemen en problemen met zicht. Er kunnen ook veranderingen zijn in het denken, in de communicatie, in het gedrag en in gevoelens. Het mag duidelijk zijn dat het een zeer ingrijpende verandering is in iemands leven en ook voor diens familie en naasten.

Een beroerte is de derde doodsoorzaak na kanker en hartziekten. Ongeveer de helft van de getroffenen overlijdt in het eerste jaar. Een CVA is ook de grootste oorzaak van invaliditeit. Van alle levensbedreigende aandoeningen is een CVA het gemakkelijkst te voorkomen door goed, gezond en gevarieerd te eten, veel groente en fruit en minder vet en zout. Roken verdubbelt het risico om het te krijgen dus zeker niet roken en veel bewegen. Het is ook verstandig om één keer per jaar de bloeddruk, het cholesterolgehalte, de bloedsuikerspiegel en het hart te laten controleren.

Een CVA kan iedereen overkomen, de belangrijkste symptomen zijn:

Verward praten (alsof iemand dronken is)

Verlamming aan linker of rechter zijde vaak een arm of been

Een scheef hangende mond

Hoofdpijn

Last van duizeligheid

Het kan ook zijn dat maar één van de symptomen voorkomt. Bij het vaststellen van een CVA is het belangrijk om zo snel mogelijk hulp in te schakelen om de gevolgen te beperken.

Niet aangeboren hersenaandoeningen:

Hoe ontstaat niet aangeboren hersenletsel? Het komt voor dat mensen na een ongeluk, een hersenoperatie, epilepsie, een hersenbloeding of beroerte schade aan de hersenen houden. Zichtbare gebreken van niet aangeboren hersenletsel zijn onder andere verlamming of gedeeltelijke uitval van lichaamsdelen en epilepsie. Onzichtbare kenmerken kunnen zijn, somberheid, chronisch moe, geen initiatief meer kunnen nemen, problemen met plannen, geen rem hebben, snel boos zijn oriëntatie problemen, vergeetachtigheid, concentratieproblemen, afasie (problemen met taal en spraak), overprikkeling.

Visuele problemen gaan ook vaak samen met niet aangeboren hersenletsel. De klachten ontstaan doordat de hersenen de visuele informatie niet goed verwerken, een bril dragen helpt daarom ook niet. Men spreekt hier van een visuele verwerkingsstoornis.

Longaandoeningen:

Er zijn veel verschillende soorten longaandoeningen sommigen zijn erfelijk anderen zijn tijdens het leven ontstaan. De meeste longaandoeningen zijn niet te genezen omdat de bronchiën, longblaasjes, longvaatjes en/of trilhaartjes zijn aangetast en beschadigd. Alle patiënten hebben het benauwd, hebben dus problemen met ademhalen en krijgen door te weinig zuurstof in het bloed weer andere problemen.

Veel voorkomende longziektes zijn:

Astma (de longen zijn altijd een beetje ontstoken)

Asbestose (stoflongen)

Cystic fibrosis (taaislijmziekte)

COPD (verzamelnaam voor longemfyseem en chronische bronchitis)

Tuberculose

Longontsteking

Longkanker

Psychische ziekten en aandoeningen.

Decompensatie:

Decompensatie ontstaat als draaglast en draagkracht niet goed in balans zijn. Draaglast zijn lasten zoals een trauma, te veel stress of ingrijpende gebeurtenissen. Draagkracht is wat je kunt verdragen als mens. Als de draaglast en draagkracht dus niet goed in balans zijn kan een trauma, te veel stress of ingrijpende gebeurtenissen weerspiegelen in een burn-out, depressie, angststoornis of psychoses. Door decompensatie zijn mensen niet in staat om te functioneren op sociaal en psychisch gebied. Om toch te kunnen functioneren zijn mensen vatbaar voor andere problemen zoals: drugs, alcohol of gokken. De balans tussen draaglast en draagkracht wordt gevormd door factoren die voor ieder mens anders zijn zoals: gezondheid, levensstijl, sociale steun, biologische aanleg en gebeurtenissen. Als de decompensatie verergert gaan mensen zich net zo gedragen als een dement persoon (Rooijendijk, Dijt, J Wijers, en Van Delft, 2011). Namelijk geen interesse in de omgeving, geheugenverlies en de communicatie wordt moeilijker.

Depressie:

Depressie is een aandoening waarbij verschillende hersensystemen betrokken zijn. Depressie is voor iedereen anders. Er zijn ook verschillende soorten van depressie zoals: chronisch, tijdelijk of seizoensgebonden. Over de oorzaken van depressie is nog veel onduidelijk maar een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren speelt vaak een rol. Biologische factor: in sommige families komen depressies vaker voor dan in andere. Bij vrouwen komt depressie twee keer zo vaak voor als bij mannen. Dit heeft te maken met stresshormonen maar ook het gebruik van medicijnen, alcohol en drugs kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Sociale factor: ook een ingrijpende gebeurtenis kan een depressie veroorzaken. Bijvoorbeeld het overlijden van een naaste, een echtscheiding of ontslag. Psychische factor: faalangst, weinig zelfvertrouwen en moeite om steun te vragen kunnen ook bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Je herkent depressie aan een sombere stemming en ernstig verlies van interesse in bijna alle activiteiten gedurende de hele dag. Depressies kunnen na verloop van tijd vanzelf over gaan maar indien nodig zijn er ook professionele behandelingen voor mensen met depressie. Depressie komt veel voor bij ouderen. Veel ouderen vinden het logisch dat ze somber of verdrietig zijn omdat dit volgens ouderen bij het ouder worden hoort. Ouderen hebben vaak ook niet goed geleerd om over hun gevoelens te praten (Rooijendijk, Dijt, J Wijers, en Van Delft, 2011).

Ouderenmishandeling:

Ouderenmishandeling is mishandeling van ouderen. Ouderenmishandeling is lichamelijke mishandeling, psychische mishandeling, verwaarlozing, financiële uitbuiting en seksueel misbruik. Deze mishandeling kan thuis of in een zorginstelling voorkomen. Deze mishandeling kan opzettelijk bedoeld zijn maar er kan ook sprake zijn van onverantwoorde zorg. Bijvoorbeeld als mensen de zorg voor hun naasten (mantelzorg) of voor cliënten niet meer aankunnen kan hun gedrag ontsporen. ——Ouderenmishandeling kun je herkennen aan:

-Zichtbaar letsel

-Overdreven schrikreactie bij een onverwachte aanraking

-Depressies of onverklaarbare angst

-Teruggetrokken gedrag

-Onverklaarbare uitgaven

-Lege koelkast

Bij vermoedens van ouderenmishandeling kun je terecht bij Veilig Thuis. Dit is het advies- en meldpunt voor iedereen die met huiselijk geweld te maken heeft of krijgt.

Verwaarlozing:

Verwaarlozing betekent een lange tijd geen liefde krijgen, er wordt niet goed voor je gezorgd en niemand heeft tijd voor je. Verwaarlozing kan emotioneel en lichamelijk voorkomen. Emotionele verwaarlozing betekent dat er geen tijd, aandacht en interesse voor je is. Lichamelijke verwaarlozing betekent dat er niet goed voor je lichaam gezorgd wordt zoals: voeding overslaan en altijd dezelfde kleren aan. De hersenen ontwikkelen zich tot je 23e . Bij kinderen die verwaarloosd worden, kan die ontwikkeling schade oplopen. Bij ouderen kan verwaarlozing ook voorkomen omdat sommige ouderen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en dus afhankelijk van anderen zijn. Ook zou je jezelf kunnen verwaarlozen.

Traumatische ervaringen als oorlog en het verlies van dierbaren:

Traumatische ervaringen als oorlog en het verlies van dierbaren komt voor bij ouderen. Een trauma is dat herinneringen aan schokkende gebeurtenissen zich blijven opdringen. Zoals angstwekkende beelden, herbelevingen, flashbacks en nachtmerries. Dit wordt ook wel een ‘posttraumatische stress-stoornis’ (PTSS) genoemd. Een groot deel van de ouderen hebben de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en verliezen op oudere leeftijd veel dierbaren. Bij een traumatische ervaring is het noodzaak om professionele hulp in te schakelen.

Psychogeriatrische aandoeningen

Dementie:

Dementie is een verzamelnaam voor zestig verschillende syndromen die worden veroorzaakt door verschillende niet- aangeboren afwijkingen aan de hersenen, ze worden allen gekenmerkt door combinaties van geheugenstoornissen, stemmingsstoornissen en afwijkend gedrag. De meest voorkomende zijn:

Lewybody-dementie

Alzheimer

Vasculaire dementie

Parkinson dementie

Frontaalkwab dementie

De ziekte van Alzheimer:

Bij deze ziekte worden hersencellen aangetast en verouderen in versneld tempo, de hersencellen worden kleiner en gaan uiteindelijk verloren. Het is de meest voorkomende vorm van dementie, twee van de drie dementerenden heeft deze ziekte. De ziekte van alzheimer leidt niet tot de dood maar er ontstaan allerlei bijkomende ziekten die dat doen.

Gedragsproblemen bij dementie:

Er is een afname in interesses merkbaar, hobby’s worden vaak verwaarloosd.

Contacten verwateren.

Spullen raken kwijt.

Merkbare geheugenstoornissen.

Persoonsverandering

Autorijden wordt onverantwoord

De weg niet meer weten

Pas na anderhalf tot twee jaar wordt de achteruitgang echt duidelijk en begint de patiënt te falen in het dagelijks functioneren. Boosheid en verdriet kunnen ook leiden tot probleemgedrag, de patiënt raakt de controle over zijn leven kwijt en dat geeft veel onrust

Oorzaken van dementie:

Dementie kan erfelijk maar is dit alleen bij mensen jonger dan 60 jaar. Bij een tekort aan antioxidanten wordt er een stof in de hersenen gevonden APP dit is een proteïne waar door de ziekte van Alzheimer kan ontstaan. Kleine hoopjes eiwit tussen hersencellen of in de wand van de bloedvaten veroorzaken dementie. Ook tau-eiwit in hoge concentratie in de zenuwvezels. Het risico neemt toe bij een verhoogde bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte op middelbare leeftijd.

De achteruitgang van het geheugen is te vertragen door voldoende lichaamsbeweging, juiste voeding en geheugentraining.

Benaderingswijzen:

Warme zorg:

Na een periode van achteruitgang en diagnose ontstaat er behoefte aan externe structuur. Vaak gebeurt dit in de thuissituatie via zorg op maat. Deze zorg heeft betrekking op de dagelijkse verzorging, medicijn gebruik en het ondersteunen van partner en familie. Liefdevolle en betrokken mensen in de omgeving van de oudere zijn van groot belang. Vaak voelt de oudere zich verward , onzeker of onveilig. Geruststelling en liefdevolle zorg en aandacht geeft enige verlichting.

Validation houding:

Als de ziekte (dementie) langer bestaat reageert de patiënt vaak niet meer op vragen en werkt ook niet meer mee. Het is belangrijk om op één golflengte te komen dit bereik je door geruststelling zoals ’het is in orde’ of ‘je hoeft niet bang te zijn’ of ‘ik blijf bij je’. Wanneer een opmerking contact oplevert al is het maar vluchtig, is dat de golflengte waar je op door moet gaan. Dit wordt een validation-houding genoemd en kan men zich met veel oefening eigen maken. De sfeer van de ontmoeting is hierin heel belangrijk, de patiënt met Alzheimer reageert op non verbale informatie en op toon. Dementie betekent letterlijk ontgeesting, patiënten raken hun kern, hun aard, hun ik, hun geest kwijt maar blijven heel gevoelig voor sfeer.

ROT:

ROT staat voor Realiteit Oriëntatie Therapie en het is een geheugentraining. Deze training heeft een vertragend en dus positief effect op het proces van dementeren. Beginnend dementerenden wordt een dagelijks activiteitenprogramma aangeboden waardoor ze actief bezig zijn en moeten nadenken over bijvoorbeeld de volgorde van een activiteit, ze zijn meer in contact en gesprek met andere mensen en meer in beweging. Het doel is dat de dementerende persoon zich blijft oriënteren in het hier en nu.

Snoezelen:

Snoezelen is een manier van contact maken met iemand door zijn zintuigen op een prettige manier te prikkelen. De bedoeling is dat verzorgers zich volledig afstemmen op de oudere om de zorg zo prettig mogelijk te laten verlopen en daarbij niet te letten op de tijd. Samen lachen, genieten van een fijne geur bijvoorbeeld de zeep, genieten van een zachte handdoek of het draaien van mooie muziek waar de oudere mooie herinneringen aan heeft. Met snoezelen doe je geen beroep op de cognitieve vermogens van de demente oudere waardoor ze geen stress zullen ervaren. Ze worden hierdoor ook niet betuttelt maar in hun waarde gelaten door de verpleging. Het is een populaire manier van zorg verlenen geworden in verpleegtehuizen. Soms zijn er ook snoezel kamers gemaakt met speciale snoezel medewerkers. Maar het beste is het snoezelen bij elke dagelijkse activiteit in te zetten. Patiënten zullen minder agressief of opstandig zijn en minder apathisch en depressief.

Familiezorg:

De familie heeft het eerst te maken met de hulpvraag van de dementerende. Ze zullen zorgtaken overnemen en het zieke familielid ondersteunen tot dat de zorgvraag te groot wordt. Dan moet er hulp worden ingeroepen van externe zorg die de mantelzorger gaat ondersteunen.

Vaak zit familie ook met veel vragen en angsten bijvoorbeeld of het ziektebeeld erfelijk is. Ook hebben ze vaak last van onzekerheid en verdriet omdat hun partner, vader of moeder heel ander gedrag vertoont en hen soms niet meer herkent. Voor een partner die zelf ook oud is en de zorg op zich heeft genomen kan het ook heel zwaar zijn, externe ondersteuning is van groot belang.