Stemmingsstoornissen:

Stemmingsstoornissen is een verzamelnaam voor psychische aandoeningen waar de gemoedstoetstand of emotie van de patiënt ziekelijk is verstoord of niet past bij de situatie waarin de patiënt verkeert. Over de exacte oorzaken is nog niet veel bekend. Wel zijn er aanwijzingen dat erfelijke factoren, factoren in de ontwikkeling en psychosociale factoren een rol spelen in de ontwikkeling van deze stoornis.

Stemminsstoornissen zijn in te delen in twee categorieën: depressieve stemmingsstoornis en bipolaire stemmingsstoornis.

Depressie en dysthymie:

Depressie en dysthymie zijn de meest voorkomende stemmingsstoornissen. Deze lijken erg op elkaar en zijn soms moeilijk te onderscheiden. De belangrijkste symptomen zijn blijvende somberheid en verlies van interesse in bijna alle dagelijkse activiteiten.

Herkennen:

  • neerslachtig zijn
  • snel geïrriteerd zijn
  • de persoon is erg moe en uitgeput
  • nergens zin in hebben
  • geen zelfvertrouwen en eigenwaarde hebben
  • weinig belangstelling hebben voor werken hobby’s
  • afsluiten voor contact
  • geen gespreksstof hebben
  • geen emoties voelen
  • aan zelfmoord denken
  • slecht slapen of juist heel veel, vroeg wakker worden
  • weinig of veel eten
  • geen zin in seks hebben

Bipolaire stoornissen:

Er zijn verschillende soorten bipolaire stoornissen: de bipolaire-I-stoornis (manie), de bipolaire-II-stoornis (hypomanie) en de cyclothyme stoornis. In tegenstelling tot bij depressie en dysthymie, is er bij deze stoornissen sprake van manie of hypomanie en eventueel in combinatie (cyclothyme stoornis) met depressie.

Herkennen van een manie en hypomanie:

  • extreem uitgelaten stemming
  • overdreven vrolijk of boos zijn
  • snel geprikkeld zijn
  • opgewonden gedrag vertonen
  • niet stil kunnen zitten
  • ruzie maken
  • minder behoefte hebben aan slaap, ’s nacht wakker zijn
  • veel praten, bellen, berichten sturen
  • gedachten hebben die alle kanten op schieten
  • veel doen, niet kunnen stoppen
  • het gevoel hebben dat je de hele wereld aankan
  • zin in seks hebben
  • impulsieve dingen doen zonder rekening te houden met de gevolgen
  • wanen of hallucinaties hebben

Verschillen manie en hypomanie:

Een persoon heeft geen besef van manie. Dit leidt tot onbezonnen gedrag en bezigheden. Hierdoor kunnen conflicten ontstaan en komen mensen in een manie soms in grote moeilijkheden.

Bij een hypomanie is er nooit sprake van het hebben van wanen en hallucinaties. Het gedrag is ook minder hevig en waarneembaar en leidt daardoor niet tot problemen. Een hypomanie wordt als prettig ervaren.

Begeleiding door de docent/coach:

  • aandacht en een luisterend oor bieden aan de student;
  • neemt de student serieus;
  • oordeelt niet;
  • geeft veel directie instructie;
  • biedt een rijke leeromgeving om de student te stimuleren om te leren;
  • houdt regelmatig vinger aan de pols tijdens de les;
  • stimuleert de student om gevoelens bespreekbaar te maken;
  • help de student negatieve gedachten om te buigen naar positieve gedachten;
  • maakt denken, voelen en doen zichtbaar voor de student;
  • legt de nadruk op het positieve gedrag (bij depressiviteit);
  • stimuleert de student om sociale contacten aan te gaan;
  • motiveert de student om te sporten en ontspannende activiteiten op te zoeken;
  • motiveert het gesprek tussen ouders en de student;
  • begeleidt de student naar professionele hulpverlening.