Eetstoornissen:

Een eetstoornis is een psychische aandoening die wordt gekenmerkt door verstoord eetgedrag. Sommige mensen eten daardoor te weinig, anderen juist teveel of wisselen dat af met vreetbuien en streng lijnen.

De oorzaak van eetstoornissen is vooral psychisch, maar erfelijke aanleg en omgevingsfactoren spelen ook een rol.

Eetstoornissen kunnen leiden tot ernstige lichamelijke, psychische en sociale problemen. Naar schatting sterft 6 tot 10 % van de patiënten met anorexia of boulimia, door ondervoeding of zelfmoord. Dat is het hoogste sterftecijfer van alle psychische aandoeningen. Het is van groot belang om mensen met deze stoornis zo snel mogelijk te helpen omdat de kans op genezing kleiner wordt naarmate iemand er langer aan lijdt.

De bekendste eetstoornissen zijn Anorexia Nervosa en Boulimia.

Anorexia Nervosa:

In het Nederlands vertaald betekenen deze woorden: gebrek aan eetlust door een nerveuze oorzaak. Deze vertaling klopt niet helemaal want er is wel honger, maar dit wordt onderdrukt. Het ‘vasten’ staat centraal waarbij eten, gewicht en lichaamsomvang een obsessie zijn voor jongeren met anorexia.

Het gaat om een onweerstaanbare drang om af te vallen ook al is er geen sprake van overgewicht. Calorieën worden steeds geteld en er wordt gegeten volgens vaste patronen. Als dit niet lukt dan ontstaat vaak een eetbui gevolgd met een gevoel van paniek. Hierna wordt geprobeerd om het eten zo snel mogelijk weer kwijt te raken d.m.v. braken en laxeermiddelen.

Gemiddeld duurt anorexia zes jaar. Na genezing blijven mensen gevoelig voor nieuwe eetstoornissen.

Herkennen:

  • ondergewicht hebben, angst hebben voor dik zijn en streng diëten of vasten
  • een obsessie hebben voor eten en gezondheid
  • dwangmatig eten in combinatie met veel sporten
  • stemmings- en gedragsproblemen vertonen
  • zelf braken of laxeermiddelen gebruiken
  • ontkennen dat er een probleem is
  • komt vooral voor bij meisjes tussen 14 jaar – 18 jaar;
  • kan samengaan met depressie of éxtra/overdreven bewegingsgedrag
  • het koud hebben en slecht slapen
  • het hebben van concentratie- en/of geheugenproblemen

Begeleiding door de docent/coach:

  • praten over eten vermijden, dit levert teveel stress op;
  • rekening ouden met het feit dat het contact wordt verstoord door de gedachten aan de eetstoornis;
  • aandacht en een luisterend oor bieden aan de student;
  • de student motiveert om hulp te zoeken.

Boulimia nervosa:

Boulimia nervosa betekent in het Nederlands ‘eetlust als een os door nerveuze oorzaken’ of ‘vraatzucht’. Het gaat hierbij om een obsessieve behoefte aan dun zijn, die samengaat met aanvallen van vreetbuien waarbij achter elkaar wordt doorgegeten en eten letterlijk in de mond wordt ‘gepropt’. In 90% – 95% van de gevallen gaat het om een meisje.

Net als bij anorexia wordt hierna geprobeerd om het eten zo snel mogelijk weer kwijt te raken d.m.v. braken en laxeermiddelen. Na een eetbui volgt schaamte en schuldgevoel.

Omdat er meestal sprake is van normaal lichaamsgewicht, lukt het vaak om de stoornis geheim te houden.

Oorzaken voor de stoornis kunnen zijn: de biologische factor erfelijkheid, psychische factoren zoals een vertekend lichaamsbeeld of lage zelfwaardering of sociale factoren als een hoge verwachting van ouders, ruzies of scheiding.

Herkennen:

  • weinig eten, gebrek aan eetlust
  • een obsessie hebben voor eten en gezondheid, maaltijden overslaan
  • samen eten vermijden
  • afkeer hebben van dik zijn en worden
  • eten weggooien
  • stemmings- en gedragsproblemen vertonen, depressie
  • stiekem hamsteren van snoep en voedsel
  • rusteloos en hyperactief gedrag
  • overmatig sporten
  • perfect willen zijn, gebrek aan zelfvertrouwen hebben
  • zelf braken of laxeermiddelen gebruiken
  • gewichtsschommelingen
  • komt vooral voor bij meisjes (90% -95%)

Begeleiding door de docent/coach:

  • bewust zijn van het feit dat de student verantwoordelijk is voor genezing;
  • duidelijke grenzen stellen in alles;
  • rekening houden met het feit dat de student ziek is;
  • aandacht en begrip toont en niet oordelen;
  • vertrouwen winnen van de student;
  • bewust zijn van het feit dat de student zich niet of nauwelijks kan beheersen;
  • de zelfstandigheid en het zelfvertrouwen van de student zoveel mogelijk stimuleert;
  • aandacht en een luisterend oor bieden aan de student;
  • de student motiveren om hulp te zoeken.

Overige eetstoornissen:

Andere minder voorkomende eetstoornissen zijn orthorexia nervosa, binge eating disorder en eetstoornis NAO. Informatie over deze stoornissen is te vinden op onderstaande websites.